08 november 2016

Het verband tussen dauwpunt, luchttemperatuur en relatieve vochtigheid.

Het verband tussen dauwpunt, luchttemperatuur en relatieve vochtigheid.

08 november 2016

Om optimale resultaten te bereiken bij het schilderen is het essentieel dat er tijdens de uitvoering van het schilderwerk geen condensatie ontstaat op het oppervlak. Vooral bij staal en beton leidt verlaging van temperatuur tot een grotere kans op condensvorming. Lucht kan bij een gegeven temperatuur slechts een bepaalde (maximale) hoeveelheid waterdamp bevatten. Deze hoeveelheid is geringer bij lagere temperaturen. Zeker bij watergedragen verfproducten treden dan drogingsverstoringen op welke kunnen leiden tot gevolgschades.

Aan de hand van onderstaande tabel zijn een aantal belangrijke conclusies te trekken, namelijk:

  • Bij een relatieve luchtvochtigheid van 85% komt de laagst acceptabele ondergrondtemperatuur overeen met de temperatuur van de lucht. Dit is de reden waarom buitenschilderwerk moet worden uitgevoerd bij een luchtvochtigheid lager dan 85%.
  • Bij een relatieve luchtvochtigheid van 90% is het temperatuurverschil tussen ondergrond en dauwpunt slechts ca. 2 °C, dit betekent dat de veiligheidsmarge kleiner is geworden. Dit kan verholpen worden door de temperatuur van de ondergrond met circa 1ºC te verhogen.

In het algemeen geldt dat een verlaging in temperatuur leidt tot de kans op condensatie. Wanneer staal of beton bijvoorbeeld ’s nachts afkoelt, dan zal vaak condensatie optreden.
Dit zal pas verdampen als het staal of beton door de zon of op andere wijze wordt verwarmd.

Om een praktische veiligheidsmarge te hanteren, dient de oppervlaktetemperatuur minstens 3°C boven het dauwpunt te zijn. Het dauwpunt is de temperatuur van een bepaald lucht/waterdampmengsel, waarbij condensvorming begint, omdat bij die temperatuur het maximum aan watergehalte is bereikt.